Mekong 9: Hel van Siem Reap en de Killing Road

Gelukkig

Het lijkt wel alsof de kinderen hier in Cambodja nóg gelukkiger zijn dan in Laos. Volgens mij behoren ze zelfs tot de gelukkigste kinderen ter wereld. Vanonder hun huizen op palen, rennen ze naar de kant van de weg om ons toe te zwaaien. Een baby worden door haar zusje naar de weg getild en ingefluisterd: “Zeg hallo!” Alsof onze begroeting een zegening is van een boeddhist. Maar afgezien van mijn oranje shirt en inmiddels kalende kruin, is er weinig in mij dat lijkt op een boeddhist, of het moet mijn levenshouding zijn.

De allerkleinsten die zwaaien, hellen hun hand naar achteren en moeten de beweing nog goed onder controle krijgen. Ik verdrink in hun ogen. Als scholieren ons zien, rijden ze mee op hun fietsjes en proberen ons bij te houden. Een meisje in een gele babydol op een roze fiets rijdt een stuk met mij mee. Wat wil ik nog meer? Nou, dat ik nog vrijgezel was en dat zij twintig jaar ouder was.

Kinderen mogen van alles hier. Ze mogen naaktzwemmen in de riviertjes. En op hun vijfde mogen ze al brommer rijden op de openbare weg. En met je vader, moeder en twee zusjes op één scooter? Dat mag ook en past net. En als ik dan enthousiast zwaai, wurmen de kleinsten met gevaar voor eigen leven een arm los van de scooter en wuiven terug terwijl pa geroutineerd uitwijkt voor een slapende hond op de weg.

Dat Cambodjanen erg houden van hun kinderen blijkt ’s ochtends om zeven uur als we voor ons guesthouse de tassen opladen. Opa komt aanrijden op zijn scooter om op de kleuter te passen. Die rent krijsend op Opa af die hem 100 Riel geeft. Dat zien we een paar keer. Kinderen krijgen van jongs af aan al geld toegestopt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Is het daarom vreemd dat kinderen soms om ‘money’ vragen? Dan is het geen kwestie van bedelen, maar meer een kwestie van gewoonte.

Ik probeer altijd wat van de plaatselijke taal te leren. Naast de begroetingen als “Hallo” en “Tot ziens”, is “Wat kost het?” de belangrijkste. Zodra ik in vloeiend Khmer kan zeggen: “Kut Looi”, betaal ik opeens de helft voor een blikje cola. En om een of andere reden is dit woord makkelijk te onthouden.
En vervolgens is het handig als je kan tellen. Ik begin altijd met 1, 2, 3, 4, 5. En dan duizendtallen en tienduizendtallen. Tien- en honderdtallen hebben in Cambodja (en Vietnam) geen zin, want 100 Riel is 2 cent.
Ik zie er alleen tegenop om voor die paar weken vervolgens ook nog 6, 7, 8, 9, 10 te leren. Tot iemand uitlegt dat zes wordt uitgesproken wordt als vijf – een. Dus acht wordt dan vijf – drie. Wow, hier hanteert men dus het vijftallig stelsel. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Als ik wat beter Engels sprekende Cambodjanen tegenkom vraag ik hoe dat komt; want de meeste talen gebruiken immers het tientallig stelsel. Maar niemand die mij dat kan uitleggen. Jij wel?

Siem Reap en Angkor Wat

Via prachtige kleine weggetjes (met dank aan Awol en de van Vliets) komen we in de hel van het stadje Siem Reap terecht. De straten zijn te klein voor de hoeveelheid stinkende tuktuks en scooters en als we naar Pubstreet lopen (met een Nederlandse snackbar), moeten we voortdurend uitwijken voor het verkeer. Er zijn wel trottoirs, maar daar kunnen wij niet lopen omdat die vervallen zijn, omdat ze vol geparkeerd zijn met fourhweeldrives en scooters of omdat er grote reclameborden staan. Er zijn wat grachten maar daar zou ik nog niets een dood gevonden willen worden. De lucht is stoffig en vervuild. Het is echt benauwd en na die mooie rustige weggetjes is het voor mij de hel van Siem Reap.

Het dorpje is uitgegroeid tot een grote stad met veel werk voor de Cambodjanen. Het is namelijk de uitvalsbasis voor het tempelcomplex rond het fenomenale Angkor Wat complex. En natuurlijk moet je daar zijn bij zonsopgang.
Dus staan we drie dagen achter elkaar om 5:00 uur op en zitten een uur later op de fiets. Over een stoffige drukke weg met tuktuks en scooters is het tien kilometer lang stofhappen en constant uitwijken voor spookrijders. Ik noem het de Killing Road to Angkor Wat.
In de hutjes links en rechts van de weg maakt men ontbijt op houtskoolvuurtjes en die stank vermengd met uitlaatgassen van alle tweetakters maakt dat ik het al gehad heb tegen de tijd dat we bij de tempels zijn. En daar mag je dan wel spiritueel gereinigd worden, maar dat doet niets af aan de gore smaak in mijn keel en de vervuiling in mijn hoofd.

Zwalkend door de indrukwekkende tempels, moet ik uitwijken voor Chinezen met selfiesticks en mijn oren dichtknijpen omdat de Chinese reisleiders een soort van megafoon gebruiken om goed gehoord te worden. En ben ik dan op een plek waar een boom zich fotogeniek om een tempelpoort heeft geworsteld, dan is dat een prachtige plek voor een foto. Maar ja, dan staat daar een kudde van dertig Chinezen die allemaal óók zonodig individueel of met elkaar op de foto moeten. Op zich is dat niet zo tijdrovend, maar wel als ze dat in alle mogelijke combinaties en poses doen.

Gelukkig ben ik bekend met de Chinese cultuur en moet denken aan die keer in Beijing. Een krom omaatje stond op de bushalte vooraan, tot er een bus stopte. Hardhandig werd zij opzij gedouwd door de passagiers die de bus in wilden en die zelfs niet wachten tot iedereen was uitgestapt. Tegen de tijd dat de bus vertrok, stond zij daar nog steeds te wachten. Dus ik loop naar de poort wuif wat Chinezen weg, zeg: “Enschuldigung ich bin Deutscher” en ga poseren voor Carla. Zo zie je maar dat het altijd handig is, als je je kunt aanpassen aan een andere cultuur.

Eenmaal buiten de tempel worden we belaagd door You-want-coconut?-Cold-drink?-roepende verkoopsters en spijbelende boekverkopertjes. Vriendelijk wuiven wij ze weg.

Bij de Bayon tempel willen we een gids huren. Maar bij de Engelstalige gidsen die wij tot nu toe hebben gehoord, raakte ik na drie zinnen het spoor al bijster. Ze leggen de klemtoon vaak verkeerd en spreken een zin als één woord uit. Het is typisch zo’n voorbeeld waarbij de goed opgeleide gidsen Engelse les hebben gekregen van een Cambodjaan die Engels heeft geleerd van een Cambodjaan die Engels heeft geleerd van een Cambodjaan. Kortom, zo wordt het accent goed in stand gehouden en daar is niets leuks of goeds aan.

Wij krijgen een gids toegewezen voor 15 dollar, maar ik zeg eerst dat ik zijn Engelse uitspraak wil verifiëren. Na drie zinnen weet ik genoeg en leg hem uit dat ik moeite heb om zijn Engels te volgen. “YessirnoproblemIspeakmoreslowforyou.” Om vervolgens na twee langzaam uitgesproken zinnen die ik alleen kan volgen door heel geconcentreerd te luisteren, te zeggen: “thetourwillhaveatimeofonetoonepointfivehour” Ik bedank hem vriendelijk en wij zoeken aan de hand van onze Angkor Wat gids zelf onze weg. In zo’n gids staan allerlei wetenswaardigheden die bij mij het ene oog in en het andere oog uitgaan. Welke tempel door welk van de tien Khmer koningen is gebouwd en wat alle voorstellingen en beelden betekenen kan ik echt niet onthouden. Ik kan mij ook niet meer herinneren dat ik van de Borobodur, de Chinese Muur, het Taj Mahal, de Machu Pichu of de Notre Dame weet wanneer en door wie het gebouwd is. Nee, dan zijn de anekdotes eromheen veel boeiender.
Bijvoorbeeld dat Angkor Wat door een Fransman is ontdekt, maar dat in werkelijkheid de tempel gewoon in gebruik was toen hij er voorbij reisde. Hij is beroemd geworden omdat hij heel goed alle ruïnes in kaart heeft geïnventariseerd en geadministreerd.

Veel ruïnes zijn weer opgebouwd en dat geeft een goed beeld hoe het vroeger was. Maar een kind zou het beter in elkaar gepuzzeld hebben, want vaak zie je dat stenen gewoon verkeerd opgestapeld zijn. Het complex Angkor Wat blijft een bezoek waard, maar bij de zesde tempel, vermoed ik dat Carla mij voor de grap weer naar de vierde heeft geleid, want ze lijken toch erg veel op elkaar.

Er zijn mensen die brengen echt een week hier door, maar na drie dagen in de hel van Siem Reap en de Killing Road wil ik weer terug naar het echte leven. Ik wil de kinderen weer gedag zeggen, uitwijken op de onverharde weg voor een kudde koeien of kuikentjes die hun moeder achterna lopen. Bij een stalletje stoppen en proberen uit te leggen wat we willen eten en dan in vloeiend Khmer zeggen: “Kut Looi”.

Eric

 

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>