Hoogvlaktes van de Andes 1. Eerste dagen in Bolivia

We zijn naar de hoofdstad Sucre gevlogen op 2800 meter hoogte. Na een paar dagen acclimatiseren, zijn we naar Potosí gefietst op 4060 meter hoogte. Ik zou verwachten dat naarmate je hoger komt de zwaartekracht afneemt en de lucht ijler wordt, zodat de fiets met bagage lichter wordt en de luchtweerstand minder. Toch kom ik soms adem tekort. Snap jij het?

We verblijven in een alojamiento; oftewel een simpele kamer boven wegrestaurant Millares in het gelijknamige dorp. In de kamer staan twee legerbedden met een matras met beddegoed dat in jaren niet meer gewassen lijkt. Voor de restaurantbezoekers is er een baño voor algemeen gebruik met een dames- en herentoilet en een koude douche in een groezelige ruimte met een urinoir aan de muur. De kunst is dan te douchen zonder dat je de gore muren aanraakt. En ik probeer zo min mogelijk te ruiken, want ook al ontbreekt de afvoer bij het urinoir, hij wordt wél gebruikt. Het is iets waar ik (en Carla) niet van schrik in de wetenschap dat wij morgen of overmorgen weer in een schoon hotel zitten met een eigen warme douche. Carla houdt al helemaal niet van koud water. Als zij gedoucht terugkomt bekent zij: ”Ieder plekje op mijn lijf heeft in ieder geval water gevoeld.”

Dit is typisch zo’n plek waar je als fietstoerist stopt, eet en overnacht omdat het op een dag fietsen ligt van een vorige plek. Millares is een dorp waar alle andere toeristen aan voorbij gaan.
Er is dan ook geen reden om te stoppen want binnen tien minuten hebben wij het complete dorp gezien en alle inwoners hebben óns gezien. Ze wonen in simpele stenen huizen gelegen aan een onverharde straat met overal afval. Er is een kleine school voor alle kinderen die in de wijde omgeving wonen. Zodra een paar meisjes ons spotten horen we ze fluisteren: “Gringo, gringo.”

De bezetting van het restaurant bestaat uit de eigenaar met zijn vrouw, twee dochters en twee oma’s. De dames dragen allemaal de Boliviaanse rok en zwarte hoed en dragen hun haar in twee lange vlechten. De hele dag zijn ze aan het kokerellen. Het menu bestaat voornamelijk uit veel rijst, nog meer aardappelen en grote stukken vlees. Dat wordt geserveerd als kippensoep met rijst, aardappelen en vlees. Of als maaltijd met rijst, aardappelen en vlees. Wij besluiten het bij de kippensoep te houden.

Na een goede nachtrust op het spartaanse matras in onze eigen schone slaapzakken, regelt Carla het ontbijt.
Tegen de tijd dat ik beneden kom zie ik haar zitten met onze eigen jam en broodjes. Ze legt uit dat ze geen ‘desayuno’ hebben. Nou, dat lijkt mij stug, dus vraag ik of dat klopt. Dat klopt. Dan vraag ik of ze eten hebben. “Ja, dat hebben we wel”. “Nou”, zeg ik: “Doe dan maar één portie”. Vijf minuten later krijg ik kippensoep met rijst, aardappelen en een homp vlees.

Twee Bolivianen lopen naar binnen en krijgen hetzelfde als ontbijt voorgeschoteld. Maar de eigenaar haalt van achteren een paar broodjes en de familie zelf gaat ontbijten zoals bij ons: broodjes met beleg. Als ik vraag waarom wij dat niet konden krijgen, zegt de man dat wij daarom hadden moeten vragen…

Ben ik nou gek?

Kijk, dat is nou iets dat ik vaker op het hoogland in Bolivia heb gemerkt. Ze kijken niet verder dan hun neus lang is en zijn niet in staat om zich te verplaatsen in hetgeen iemand anders wil. Associëren is blijkbaar niet voor iedereen weggelegd. Dan overpeins ik dat het misschien een gebrek aan opleiding is, maar die gedachte verwerp ik al snel. Want bijvoorbeeld in Myanmar waren ze super attent en zagen ze in één oogopslag wat ik nodig had. Misschien dat het door het harde bestaan komt dat Bolivianen meer op zichzelf gericht zijn dan op anderen. Maar nu we dit weten, zullen we een volgende keer met andere woorden uitleggen wat we nodig hebben.

De hele fietsdag komen we niets tegen, dus zet ik de benzinebrander aan en maken we soep voor de lunch. In Sucre hadden we twee pakjes noedelsoep gehaald. ‘Sopa de pollo’ leek mij toen wel lekker met als resultaat dat ik nu drie keer achter elkaar kippensoep eet.

Niet iedereen snapt mijn humor

Met mijn grapjes zit het ook al niet mee. Ze slaan niet aan. Het Spaanse woord voor regen is lluvia. Als het met bakken uit de hemel komt, zeg ik tegen een man: “Dit is geen Bolivia, maar Bolluvia”. Ik vond het zelf wel een grappige woordspeling.

 


Of als wij in een goed hotel bij het ontbijt drie gekookte eieren bestellen, vragen ze hoe lang ze moeten koken. Breed glimlachend zeg ik: “Doe maar 4 minuten. Dus voor twee eieren is dat 8 minuten en voor drie dus 12 minuten.”
Ook al zijn ze hier toeristen gewend, deze humor snappen ze niet. Het lijkt Carla beter om dit grapje niet meer te maken, want als resultaat krijgen we drie keihard gekookte eieren.

Eric

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>