Langs de Mekong (Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam)

Hier kun je stukjes lezen over onze reis van eind 2017.

Dit is de route:


Mekong 1: De Koning is dood.

We zijn aangekomen in Udon Thani, gelegen in Noordoost Thailand. Vroeger was hier een Amerikaanse legerbasis toen de Amerikanen hun zoveelste zinloze oorlog in een ander land uitvochten. Als de Amerikanen geen bommen boven Vietnam dropten, of wat er van over was boven Laos, zochten ze hun vertier in Udon Thani.

Er zijn nog steeds veel bars die zich op de ‘Falangs’ richten, zij het naast gepensioneerde soldaten ook veel Duitsers die een ranke Thaise dame aan de haak geslagen hebben.
Een bejaarde Amerikaan stopt met zijn auto en roept naar ons: “Hey you! Where do you come from?”
“We are from the Netherlands!”
“Oh, I know where that is. I have been there!”
“Really?”
“Yes, it is high in de mountains in Colorado.” Trots kijkt hij naar zijn Thaise vrouw dat hij weet waar The Netherlands ligt.
“Yes, and you have the Trump Towers and we have Lee Towers”, grap ik.
Carla vindt het minder grappig: “The Netherlands means low-lands, so why you think it is in the mountains? The Netherlands is a country in Europe.”
Hij rijdt snel verder.

Ik geniet vooral van het fietsen omdat ik dan makkelijk contact maak met mensen. Zoals de bovenstaande Amerikaan.
In sommige landen zijn de inwoners leuker dan elders. Vooral in Turkije, Bolivia, Malawi en Thailand zijn ze echt vriendelijk. Kinderen giechelen als wij voorbij fietsen. Een vrouw roept als één woord: “Whatiesyourname?” Als ik terugroep: “Eric”, slaakt ze van schrik een kreet omdat ik antwoord geef. En dat had ze niet verwacht. Tijdens een pauze plukt een oudere dame aan mijn blonde beenharen, want ze vindt maar vreemd zo’n vachtje.
Wij fietsen samen met onze vriend Nicholas die Thais en Engels is. Als kinderen ons gedag zeggen, laat hij niet blijken vloeiend Thais te spreken. Hij vertaalt wat de kinderen zeggen:
“Kijk die rare Falangs met hun blote benen. Zullen we naar ze toe gaan en proberen Engels met hun te spreken? Ja, maar ik durf niet. Jij wel? Nee, want misschien spreken ze geen Engels.”
Uiteindelijk gaan ze school-Engels met elkaar spreken en lachen ze elkaar uit over hun slechte uitspraak.

De oprechte lach van de peuters als ze ons zien, vormt een schril contrast met Dé gebeurtenis van het jaar.

Koning Rama IX (ook wel Bhumibol genoemd) is een jaar geleden overleden. Een jaar lang is Thailand in rouw geweest om de populaire koning. Daardoor zijn alle festivals en andere grote feesten uitgesteld. Vandaag wordt de koning gecremeerd en is alles gesloten. De zeer indrukwekkende ceremonie wordt live op alle tv zenders uitgezonden. Hij vindt plaats bij de Wat Phra Keo en het koninklijk paleis in Bangkok. Op het naastgelegen grasveld hebben ze in een jaar tijd een prachtige tempel met crematie-oven gebouwd. Er zijn meer dan één miljoen toeschouwers die uren hebben staan wachten. En dan duurt de ceremonie ook nog eens van 7 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds. We zien rituelen die voor het laatst 70 jaar geleden zijn gehouden, zolang heeft hij geregeerd.

Alles is tot op de seconde en centimeter vastgelegd. De fabelachtige mooie kleding, de bijna buitenaardse choreografie en mannen die uit eerbied op hun knieën rondschuifelen. De monniken, die een belangrijke plaats innemen in Thailand, nemen ook deel aan het schouwsspel. De aanbidding van de aanwezige en nieuwe koning Rama X kent geen grenzen. Hij wordt bijna als een godheid beschouwd en een grotere afstand tussen een koning en de gewone man is niet denkbaar. Dan denk ik terug aan het recente bezoek van Koning Willem Alexander aan mijn winkeltje en dat ik nog heb gevraagd of hij een fiets nodig heeft.
In Thailand zou dat ondenkbaar zijn. Als ik Thais was geweest, had ik op mijn knieën moeten zakken, had ik het wai-gebaar (bidgebaar) moet maken en na afloop achteruit op mijn knieën moeten kruipen. Ik had ook gekleed volgens het Thaise protocol moeten zijn.

Die strenge regels merken we als wij de plaatselijke crematiebijeenkomst bij een Wat (boeddhistische tempel) bezoeken.
We wisten al dat wij in het zwart gekleed moesten gaan en onze benen moesten bedekken. Wij lopen tussen twee rijen van tien man politiemannen, militairen, ambtenaren en leraren door die ons minutieus bekijken. Ik moet drie keer laten zien dat ik water in mijn bidon heb. Mijn zwarte T-shirt mag niet los over mijn broek hangen, dus die moet ik mijn broek stoppen. En Nicholas moet zijn oorringtjes uitdoen.
Maar dan worden we ook met alle egards behandeld. Op het terrein staan duizenden stoelen waar bezoekers de uitzending kunnen volgen. Tegen de tijd dat wij terug gaan naar ons guesthouse, staat bij de ingang inmiddels een rij van honderden mensen.

Als we de televisie aanzetten, blijkt dat het aansteken van het vuur niet wordt uitgezonden. Erg mooi om dat zo te doen. Van Nicholas hoorden we later dat op dat moment alle bezoekers moesten huilen. Wow, wat een verering en wat een liefde voor een koning.

De dag na de crematie valt ons op dat in ieder stadje wel een crematie is. Want het was verboden om dat vlak voor de crematie van Koning Rama IX te doen. Tevens zien we opeens het staatsportret van de nieuwe koning in de kleren die passen bij het koningschap. Ik merk op dat er iets niet aan de foto klopt. Tijdens de crematie was het haar van Koning Rama X grijs en op alle foto’s is zijn haar opeens zwart.
Blijkbaar heeft men een oude foto genomen en die over een recente foto heen gefotoshopt.
Zo was dat ook bij de oude koning. Je zag hem altijd met zwart haar, maar hij had al jaren grijs haar.
Een paar dagen later zien koning Rama X weer in zijn koningsmantel, maar het hoofd van een twintigjarige.

Nu treedt een nieuwe periode in die heel spannend is om te volgen. De 66-jarige Koning Rama X woont namelijk in München in Duitsland en kwam alleen in Thailand als dat echt nodig was. Als hij in München ergens ging eten, werd het hele restaurant afgehuurd. Hij is vaak gesignaleerd in een Biergarten, terwijl zijn personeel letterlijk om hem heen kroop. Hij had tientallen lijfwachten en als hij weg was, dan stonden op zijn privé parkeerplaats bij het vliegveld dertig auto’s geparkeerd.

Er wordt heel veel over hem geroddeld en of dat hij in Duitsland blijft wonen en alleen naar Thailand komt wanneer dat nodig is. En er doen allerlei bizarre verhalen over Koning Rama X de ronde, die ik niet kan opschrijven, omdat dit strafbaar is in Thailand. Dus dat doe ik dan ook niet. Want dat ik weer eens terug wil naar Thailand dat weet ik zeker.

Eric

 

Oh ja, op Facebook plaats ik tijdens onze reis pakweg iedere twee dagen een fotoraadsel. Hieronder zie je er een paar. Enig wat het is, wat er staat of wat het betekent?

 

 

 


 

Mekong 2: Vriendschap

“Zo goed om je weer te zien!”

“Dat is wederzijds”, zegt Nicholas, als we hem na drie jaar weerzien in Udon Thani, Thailand.

Drie jaar geleden ontmoetten we hem en zijn fietsmaatje Rayward bij het oversteken van de grens van Noordoost India en Myanmar. Zij waren onderweg van Londen naar Bangkok, naar huis dus.

Zie het reisverslag ‘De Ontbrekende schakel‘, of de video documentaire

Het klikte zo goed dat we min of meer de hele reis verder met z’n vieren hebben gefietst.

Vandaar dat we, toen de plannen om deze reis langs de Mekong te gaan maken vorm begonnen te krijgen, we hen gemaild hebben of ze zin hadden om het stuk in Thailand met ons mee te fietsen. En zodoende ontmoeten we Nicholas in Udon Thani. We pakken de vriendschapsdraad na drie jaar moeiteloos weer op.

Nicholas kent de streek waar we doorheen fietsen eigenlijk ook niet, dus hij is toerist in eigen land en vindt dat net zo leuk als wij. Wat het voor ons heel leuk maakt is dat hij als tolk kan optreden. Vooral als we ergens iets meer over willen weten, een vraag hebben, of gewoon bij het bestellen van eten.

Meestal staan we om half zeven op en vertrekken een uur later nadat we alle tassen op de fietsen hebben geladen. We gaan dan op zoek naar een ontbijtadresje. Nicholas rijdt dan meestal voorop omdat hij precies kan lezen waar wat te krijgen is. Soms eten we noodelsoep, dan weer rijst met een gebakken eitje, maar wil je écht Thais ontbijten dan ga je op zoek naar ‘porridge’, een hartige rijstepap. Zo’n ontbijt kost meestal 40 Bath, zo’n € 1,20.

Voor wat betreft lunch en avondeten bleven we eerder een beetje hangen in dezelfde dingen, rijst- en noodelgerechten. Maar Nicholas kan bij de betere restaurants aangeven wat er voor speciaals op de kaart staat. Daardoor eten we een paar keer heel bijzonder. Daar hangt natuurlijk wel een ‘prijskaartje’ aan: deze maaltijd kostte bijvoorbeeld 1.016 Bath, zo’n € 27,-… Met z’n drieën hè….


Overnachten is ook nog steeds heel goedkoop in deze hoek van Thailand. Voor 300 à 400 Bath
(€ 9,- tot € 12,-) heb je al een prima tweepersoonskamer. Zie daar het voordeel van een sterke Euro.

De eerste dag fietsen we pal naar het noorden, door kleine dorpjes en rijstvelden, tot we na 70 km in Nong Khai bij de Mekong komen. Daar blijven we een dag omdat het de dag van de crematie van de koning is. Nicholas kan uitleggen wat er allemaal gebeurt en wat alles betekent. Maar daarover heeft Eric hiervoor al geschreven.

Beeldenpark

In de ochtend brengen we eerst een bezoek aan een boeddhistisch beeldenpark. In enorme betonnen beelden wordt een lokaal verhaal weergegeven maar ook verhalen uit het leven van de Boeddha en uit de hindoe godsdienst. Zeer indrukwekkend.
Om aan te geven hoe groot de beelden zijn zie je mij staan bij het beeld met de drakenkoppen. De rode pijl geeft aan waar ik sta en hoe klein ik ben ten opzichte van het beeld. Bij elk beeld hoort een lang verhaal, te lang om hier te schrijven, maar het beeld onder de drakenkoppen is niet de Boeddha, maar een hindoe god. Het liggende beeld met de lange staart stelt een zonsverduistering voor: de maan eet de zon op.

Leven langs de Mekong

De dagen erna maken we kennis met het leven langs de Thaise kant van de Mekong. Het is heel frappant: het doet ons erg denken aan het leven op het platteland van Myanmar, waar onze eerste gezamenlijke reis dus doorheen ging. En het doet Eric en Nicholas ook denken aan het Thailand van 30 jaar geleden. Veel waterbuffels, houten huizen op palen en de rijst wordt nog met de hand geoogst. We zien vooral kleinschalige landbouw, visserij en viskwekerij.

Wat ons opvalt, is dat er zo weinig scheepvaartverkeer op de rivier is. Als Nicholas ernaar vraagt bij een restauranthouder is het antwoord:
“Vroeger stond het water in het droge seizoen veel hoger en was hier veel meer scheepvaartverkeer, maar sinds de Chinezen stroomopwaarts dammen in de rivier hebben gemaakt is het waterpeil veel lager en kunnen hier geen grote boten meer komen. Alleen kleine vissersbootjes en soms wat vrachtbootjes over en weer naar Laos, maar dat is het wel”.

We zijn geschokt. Dat het zomaar mogelijk is dat een land zo’n ingrijpende verandering in een rivier aanbrengt dat vervolgens in het volgende land waar de rivier door heen stroomt een ramp veroorzaakt. We worden nieuwsgierig en na wat googelen komen we tot de ontdekking dat het niet één dam is, maar meerdere, en dat óók Laos bezig is met het plannen van dammen. De impact voor mens en dier rondom de rivier is enorm. En tegen de tijd dat de rivier haar delta in Vietnam bereikt is er straks bijna helemaal geen water meer over… Lees daar hier meer over.

Carla


Naga


Misschien heb je hem wel eens in de winkel gezien? Zo niet, kijk dan als je weer eens bij ons bent (om mijn volgende vakantie te financieren) op de kast met landkaarten. Daar zie je bovenstaande foto staan.
Of anders ken je deze reusachtige vis wel van de boeddhistische tempels in Thailand en Laos. Of misschien zelfs van Hindoetempels in India.
De vis die je op de foto ziet is een Naga.

Een Naga is een grote slang die zijn lichaam voor de helft een menselijk uiterlijk kan geven. Ja, soms zelfs als mens met zeven slangenkoppen. Als ze boos worden kunnen ze je doden, maar als ze je aardig vinden kunnen ze je belonen met edelstenen.

De Mekong waar we langs fietsen is volgens de boeddhisten in Laos ontstaan omdat er een reusachtige Naga voorbij kwam kronkelen en zo de rivierbedding creëerde. Uiteindelijk dook hij na Cambodja in Vietnam de Zuid-Chinese zee in.

In het Thaise Nong Kai waar we doorfietsen gelooft men zelfs dat er daar onder de rivier een groot Naga paleis is. We zijn te laat om het feest mee te maken dat één keer per jaar wordt gehouden. Honderdduizenden mensen komen dan kijken naar de Naga’s.
Dat verklaart ook dat wij duizenden bankjes zien staan langs de oever.
Nicholas legt uit dat ze met de grote gong en veel herrie de Naga’s boven water proberen te krijgen. Als drummer kan ik het niet laten en geef een ferme mep op de reusachtige gong. Het geluid gaat heel diep tot de allerlaagste frequenties. Ik voel het zelfs in mijn buik.

Vanuit mijn oude metier (geluidstechniek) leg ik Nicholas uit dat lage frequenties overal doorheen dringen en zeer ver kunnen reiken. Het zou dus best wel kunnen dat Naga’s van ver af uit hun hybernatie worden gewekt en hier naartoe zwemmen.

De Naga’s worden echter nooit meer gezien, maar wel lichtgevende ballen die bij zonsondergang uit de rivier opstijgen. De vuurballen worden ter ere van Boeddha door de Naga’s de menselijke wereld ingebracht. Maar het ene jaar is het verschijnsel wat heftiger en het andere jaar nauwelijks zichtbaar.

Tja, en dan die foto. Volgens het onderschrift is hij in 1973 genomen. Op de foto staan Amerikaanse soldaten die hem gevangen hebben en maar liefst dertien soldaten zijn er nodig om de ‘Queen of Naga’s’ van 42 meter lang op te tillen.
Zouden er nog Naga’s zijn? Door het indammen van de Mekong in China zijn er al bijna geen grote vissen meer. Er schijnen nog een paar zogenaamde Irrawaddy dolfijnen te zijn, maar die zijn voor het laatst bij de grens van Laos en Cambodja gesignaleerd. We spreken af dat we daar bij de vissers gaan informeren en kijken of we ze nog kunnen bekijken. Jaren geleden hebben we bij de Indiase Brahmaputra rivier ernaar uitgekeken, maar daarvoor waren we al te laat.

En hoe zit dat met die Naga? Is het echt of is het een fantasie? Als mensen diep in het bestaan van de Naga geloven, dan zou het jammer zijn als het bestaan van deze reusachtige vis wetenschappelijk wordt ontkracht. Toch?

Eric


In Laos

Op zich gaat de grensovergang gemoedelijk. We halen onze uitreisstempels en wachten op de bus waarmee we de Mekong-brug over moeten, want we mogen de grens niet fietsend oversteken. Maar de eerste bus die aankomt, blijkt helemaal vol te zijn. We kunnen er met geen mogelijkheid meer bij met onze fietsen en bagage. We moeten een uur wachten op de volgende. Dat is Eric’s eer te na.

“Misschien kun je vragen aan die aardige douaniere of we ook met een pick-up truck de brug over mogen. En als jij het vraagt mag het misschien eerder dan wanneer ik het doe”.

Als ik de situatie uitleg loopt de douaniere eerst naar de buschauffeur. Ze vraagt hoe het zit met de bus en komt dan naar mij:

“Ja, de bus in inderdaad vol. Jullie moeten met de volgende bus”.

“Maar dat was niet mijn vraag. Ik vroeg u of het ook goed is dat we met een pick-up truck de brug over gaan”. Ik wijs naar de rij auto’s die bij het douane loket staan. Vier van de vijf zijn pick-ups.

Dan moet ze lachen en denkt even diep na en geeft ze toestemming.

“Khaop khun kha”, “Thank you!’

Dan loop ik naar de eigenaar, een jonge succesvolle Laotiaan, van een grote pick-up en vraag of we met hem mee mogen rijden over de brug omdat de bus vol is. Geen enkel probleem.
We zetten de fietsen rechtop in de laadbak, als de klep dicht is staan ze helemaal klem, en gooien de tassen erbij. Heel luxe rijden we dus de brug over en laden de hele boel vervolgens weer uit. We kopen een visum (altijd pasfoto’s bij je hebben) en laten ons paspoort stempelen. We zijn in Laos!

Het is even wennen, die eerste dag.
Niet zozeer de taal, want die is verwant aan het Thais, maar het is een stuk warmer aan de Laotiaanse kant van de Mekong, waarschijnlijk door de bergen die de wind tegenhouden. Het omrekenen van de Laotiaanse munteenheid, de Kip, naar Euro’s, Dollars en zelfs naar Thaise Bath, geeft in het begin nogal wat verwarring. Eric pint 1,5 miljoen Kip. Dat is dus € 150,-. Er zijn briefjes van 1000, van 10000, van 100000. Voor je het weet geef je een ton te veel uit… Nou is dat niet zo’n super grote ramp want dat is omgerekend ‘maar’ € 10,-, maar toch… Wat een gedoe.
En we missen Nicholas natuurlijk, zowel als vriemd als tolk. Hij fietst vanaf de grens in drie dagen terug naar Udon Thani.

De eerste tien kilometer fietsen we over een verschrikkelijk drukke weg. Al het vrachtverkeer dat over de brug gekomen is raast langs ons. En er zijn niet zulke mooie vluchtstroken als in Thailand waar we over kunnen fietsen. Gelukkig kunnen we na tien kilometer afslaan en weer langs de Mekong rijden over een rustigere weg. Overal horen we: “Falang, Falang”, wat ‘Buitenlander’ betekent, gevolgd door: “Sabaidee!”, wat ‘Hallo’ betekent, en een stralende lach. We zijn een bezienswaardigheid voor de mensen, en vooral voor de kinderen. Oprecht vragen we ons af waarom men ons zo enthousiast begroet want we merken niets van bijbedoelingen. Maar waar komt die immens brede lach dan vandaan? Wie het weet mag het zeggen.

Het leuke van Laos is ook dat je er soms brood kunt krijgen in de vorm van een kleine baguette. Kan niet anders dan een overblijfsel van het Frans-koloniale verleden van Laos. Zo zie je in de grotere plaatsen bij huizen regelmatig louvredeuren en -luiken en bij overheidsgebouwen staat de functie vaak ook in het Frans aangegeven.
Maar het blijft natuurlijk wel Azië, dus of je nou in een klein dorpje of in een grotere plaats als Thakhek of Savannakhet overnacht: je wordt steevast gewekt met het gekraai van hanen en de geur van vuurtjes.

Bun Awk Phansa

In Thakhek, de eerste plaats waar we verblijven, wordt, zoals Nicholas al had voorzien, het Bun Awk Phansa gevierd. Dat is gelijk aan het Loy Krathong festival wat eind oktober/begin november bij volle maan in Thailand gevierd wordt. Men viert het einde van de periode van drie maanden waarin door hevige regenval vaak overstromingen plaatsvinden. Het is na die periode overwegend helder weer en een aangename temperatuur.
Net als de Thai vieren de Laotianen dit feest door na zonsondergang bootjes van bananenbladeren, versierd met bloemen, wierrookstaafjes en een kaars, de rivier af te laten drijven.
Langs de boulevard staan tientallen stalletjes die de bananenblad bootjes in verschillende typen en maten verkopen. Tegenover de grote Wat (tempel) aan de Mekong voert een stenen trap met aan weerszijden enorme groen en geel geschilderde Naga’s naar de oever. Daar worden de wierrook staafjes en het kaarsje aangestoken, en een gebedje gepreveld. Vervolgens wordt het bootje overhandigd aan een van de kinderen die tot hun middel in de Mekong staan en die ze vervolgens iets uit de kant te water laten. De kinderen krijgen bij ieder bootje een beetje geld toegestopt.

Niet alleen worden er bananenbootjes de Mekong opgestuurd. Er gaan ook talloze wensballonnen de lucht in. Het is een bijzonder gezicht en leuk om mee te maken: al die honderden dobberende verlichte bootjes de rivier af te zien drijven en de wensballonnen erboven. En bijzonder om te zien dat ook zoveel jonge mensen aan deze traditie mee doen.

 

‘Heuan Hin’ Khmer tempeltje

Als we vanaf Savannakhet verder naar het zuiden fietsen, kunnen we een prachtige onverharde weg vlak langs de Mekong nemen.
Al een paar keer hebben we een bord met ‘Stone House‘ erop gezien. In ons gidsje lezen we dat daarmee de ruïne van Heuan Hin, wat ‘Stenen Huis’ betekent, bedoeld wordt. Het is een tempeltje uit de tijd dat dit gebied tot de Cham of Khmer koninkrijken behoorde, gedateerd 553 – 700 n. Chr.

Eric fietst er al voorbij. Het zal volgens hem wel weer een ondefinieerbaar hoop stenen zijn.

“Het is maar 500 meter van de weg af. Zullen we toch even kijken”, roep ik.

En daar krijgen we geen spijt van. Het tempeltje blijkt nog steeds gebruikt te worden als plaats van offeren en gebed. Er staan een paar prachtige oude beeldjes. Wat ze precies betekenen weet ik niet. Kijk zelf maar. De meesten zullen wel de Boeddha voorstellen, maar er is er ook een van een soort paard.

Een mooie opmaat naar Angkor Wat


 

 

Carla